Uit de krant in de krant

De jongens van Tubantia hebben me deze week vereerd met een alleraardigst stukje in hun krant (zie knipsel). Dat deden ze ‘vroeger’, toen ik nog voor het plaatselijke sufferdje schreef ook al regelmatig. Alleen jammer van die kant noch wal rakende sneer op ’t eind. Die snap ik niet, maar daar ben ik misschien te dom voor. Vroeger liet ik een taart bij ze bezorgen vanwege deze gratis reclame echter ik ken al die lui niet meer. Het is daar sinds de samenvoeging van De Twentsche Courant en Dagblad van het Oosten één groot Durchgangslager. Waar blijft de tijd? De tijd van onder anderen Henk van Schuppen en Dick Janssen, Peter van der Molen, Pim Kalkman en een Wim Neeskens, die af en toe ook nog eens binnen kwam om een verhaaltje op een typemachine in elkaar te rammelen. Maar de passie en gedrevenheid is er niet meer. Het is alleen nog maar een manier om het dagelijks brood te verdienen. Niets meer, niets minder.

Artikel TubantiaToen ik een periode op de ‘Van het Oosten’-redactie liep, toen nog gevestigd boven de passage tussen de City-Promenade en het Marktplein, was het er een donders gezellige boel en er werd nog gewerkt ook, vaak tot diep in de nacht. Dát waren nog es tijden. Vooral de pennenstrijd tussen journalisten van beide kranten was geweldig. De lezer genóót daar van. Nu moet je daar niet meer om komen. Het lijkt erop dat vrijdags om vijf uur de deur in het slot gaat om pas op maandagmiddag weer open te gaan, of er moeten rampen gebeuren zoals een Sinterklaasintocht of een grote brand. De leesdichtheid is vaak te danken aan de soms kostelijke lezersreacties op de internetsite van de krant. Dat maakt het nog een beetje leuk. Overigens kan ondergetekende nog uitstekend z’n ei kwijt bij De Geleraaf, een prima medium, net als die andere twee. Niks op aan te merken. Heracles laat ik dan ook graag aan hen over. Bovendien, met een vaste baan overdag kun je niet alles bijhouden, dus AlmeloAnders is ‘gewoon voor de leuk’, echter… dit is nog maar het begin.

Maar zie nu wat er van ‘de krant’  is geworden: van de kritische en objectieve media van destijds is slechts nog een spreekbuis van de lokale overheid overgebleven. Kritisch mag niet meer namelijk. Voor het journaille is het tegenwoordig braaf opzitten en pootjes geven en dat kunnen ze heel goed. Alles keurig geregeld en voorgekauwd vanaf de afdeling voorlichting in het stadhuis. Daar wordt door een hele batterij aan voorlichters alles gemonitord om het imago van Almelo hoog te houden en in voorkomende gevallen weer op te poetsen. “Schop niet tegen de gemeente, want dan gaan ze je het heel moeilijk maken”, zei een bekende journalist mij vorige week nog. Ik dacht: “Waarom niet? “Mogen we soms niet kritisch zijn, ook al is het soms op ‘t randje?

Op haar beurt heeft de krant zichzelf gemeente-afhankelijk gemaakt door de gemeentelijke advertentie, die duizenden euro’s per week oplevert. Die stond eerst in de best gelezen en het best verspreide weekblad van de stad (!). Heel handig van de gemeente en heel ‘toevallig’ ook net in de periode dat het imago van de stad danige deuken heeft opgelopen. Ik noem dat dan ook geen toeval of economische keuze, maar een weldoordachte tactische zet. En… de noodlijdende krant zal nooit de hand die haar voedt gaan bijten zal ik maar zeggen.

Eerlijk gezegd benijd ik ze niet, die journalisten. Ik heb medelijden met die jongens, die aan de leiband telkens als pionnen naar andere standplaatsen worden verplaatst. Vaak ook moeten ze zelfs nog de foto’s bij hun eigen artikelen maken. Vroeger deed een vakman, een echte fotograaf zoals Benno ten Bruggencate of een half blinde, die ook nog een café in Hengelo runde, dat. Kleurrijke figuren waren dat. Het ziet er tegenwoordig dan ook niet meer uit. Er is echter één heel mooie kant aan een papieren medium zoals Tubantia: morgen gaat de vis er weer in.

Tony Cassese.

Vis