Subsidies Theaterhotel niet besteed

In een reactie op de kritische vragen van Lijst Kamphuis naar de daadwerkelijke besteding van de verstrekte gemeentelijke subsidiegelden door het Theaterhotel (voor de laadlift, de toneelvloer, de orkestbak en dakbedekking) antwoordt het college dat uitstel van deze investeringen acceptabel is, mits de continuïteit van de theatervoorziening hierdoor niet in gevaar komt. Maar wat is er indertijd ook al weer afgesproken? Lees dit:

Slaan wij het contract erop na, dan blijkt dat tussen de gemeente en het Theaterhotel is afgesproken dat de investeringen conform de opgegeven begroting en tijdspad worden gedaan.

Uit dit overzicht blijkt dat de investeringen met gemeentelijk geld al lang en breed gepleegd hadden moeten zijn.  Als de gemeente ook nog, in strijd met de afspraken, beweert dat het Theaterhotel binnen de looptijd van de subsidieovereenkomst, te weten tot 2017, een zekere mate van vrijheid heeft om te bepalen wanneer investeringen gepleegd worden, is dit niet juist.

De bewering van het college dat het Theaterhotel minder winst maakt, doet niet ter zake. Het gaat immers om geoormerkt geld dat zeker niet bedoeld is om  de kas te spekken.

Conclusie: hoewel afgesproken, worden investeringen (ten behoeve van het publiek) eenvoudigweg niet gedaan en gaat maatschappelijk geld in rook op. Niet het publiek profiteert, maar het Theaterhotel, de onderneming.

Dat werd afgeweken van het tijdspad heeft het college, zoals zo vaak, onder de pet gehouden. Raadsleden zijn niet actief geïnformeerd. Niet besteed maatschappelijk geld moet terug naar de gemeenschap. Hier valt niet aan te ontkomen.