advocatuur
Parkgebouw
Kalidora
Filmpje van de Week

Column politiek

Een Partij voor Behoud

Anarchie, we zijn gepiepeld riepen ze bij de PVDA boos over de CDA tactiek. Veel ging fout bij CDA en de PVDA en de wispelturige kiezer krijgt de schuld. De kiezer zou een impuls-consument zijn, een kleine geest verblind door eigenbelang, een nostalgicus. Maar in tegenstelling tot een vooral deze bij politici populaire opvatting is de “op drift geraakte” kiezer juist reuze betrouwbaar.

Houden wat je hebt, luidt het motto van vooral de SP en PVV. SP-stemmers zijn tegen mondialisering en marktwerking, voor een gulle verzorgingsstaat en behoud van werk. Stemmers op de Partij van de Vrijheid (PVV) kiezen voor dichte grenzen, tegen islamisering van Nederland en tegen concurentie van buitenlanders op de arbeidsmarkt. Niet “ruimdenkend” in de ogen van veelal linkse opinimakers, van mensen die in de positie zijn om zelf het bestaan vorm te geven. Maar de angst om zekerheden te verliezen, is wel de primaire drijfveer achter dit kiezersconservatisme.

Bestaanszekerheid en immigratie, dat is de inzet. PVDA en CDA misten deze boodschap steeds weer opnieuw. In 2002 brachten de opstand der burgers de LPF met 26 zetels in de Tweede Kamer, ook de SP boekte toen winst met 4 zetels. Dat die LPF net zo hard verdween, maakt niet uit voor de verblijfstatus van de opstandige burger: hij is er nog steeds. Het conservatieve smaldeel in het electoraat presenteert zich in wissellende gedaante aan de stembus, als het maar de Partij voor Behoud is.

De aanhangers van de Partij voor Behoud verdienen geen dédain.  Wie het zijn ?  Eén antwoord is zeker: zoek ze in de lagere middenklasse, de radical shic en romantische professoren die eerst luid toeterend op de SP stemden maar nu hun heil ergens anders gaan zoeken nu ze hoorden dat de SP wat van hun salaris opeist.

Wouter Bos én Jan-Peter Balkenende schiepen nooit een perspectief voor “de middengroepen” waar ze zo dol op zijn. Bos riep zich op als held van de voedselbank- leuk voor zwervers en de armen die Nederland telt. Maar de lagere middenklasse, dat zijn mensen die met twee banen niet eens, of net een modaal inkomen verdienen. Nederland telt bijna 3 miljoen huishoudens tussen minima en modaal, met een besteedbaar inkomen van 10.000 tot 22.000 euro. En nog eens 1,5 miljoen met een inkomen van 22.000 tot 30.000 euro.

Nergens is de angst om buitenstaander te worden zo groot als in de lagere middenklasse. Hun banen verdwenen als eerste naar het buitenland (callcenters en productiewerk), werden geoutsourced (bedrijfshoreca, receptionisten) of geprivatiseerd (buschaufeurs). Goed voor economie en bestuur wellicht, maar dat kunnen ze zelden beamen voor het eigen leven. Zoals het privatiseren van nutsbedrijven een hogere gasrekening betekent. Ook hoger opgeleiden krijgen er mee te maken. Alleen hebben die middelen zich te redden.

CDA en PVDA maken deel uit van de gevestigde orde die de bron is van onzekerheden en verzuimde een alternatief te opperen. Al roept Bos nog zo hard over “sociale politiek” hij is net als CDA en VVD de partij van de overheid op afstand, van nieuwe bureaucratie en marktwerking, van “zakkenvullers”

Wat zij verkeerd deden, begon symbolisch met het afwerpen van hun das. Een open boordje om met het volk te heulen, dat maakt verdacht. Voor de lagere middenklasse draagt de baas wél een das. Van politici die de baas van Nederland willen worden, verwachten ze bovendien een goed verhaal- ook hun verhaal. Het is er nog steeds niet.

Harry de Olde.